News

Practice Areas


Expertise

Weigering een mondmasker te dragen op de werkvloer: ontslag om dringende reden?


  • 24 February 2021
  • Conferences & Publications
Sander Vrolix
Weigering een mondmasker te dragen op de werkvloer: ontslag om dringende reden?

De federale regering heeft in haar ministerieel besluit van 1 november 2020 met betrekking tot dringende maatregelen om de verspreiding van het Coronavirus Covid-19 te beperken, de werknemers de verplichting opgelegd om een mondmasker te dragen op de werkvloer wanneer de regels van ‘social distancing’ niet gehandhaafd kunnen worden. Maar wat indien een werknemer weigert om een mondmasker te dragen? Kan deze weigering leiden tot een ontslag om dringende reden? De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt (1) heeft hierover een standpunt ingenomen.


Overeenkomstig artikel 20,2° Arbeidsovereenkomstenwet, dient de werkgever in te staan voor een veilige werkplek en dient hij de gezondheid en veiligheid van de werknemers te garanderen. Een voedselverwerkend bedrijf voelde zich dan ook genoodzaakt om een algemene verplichting in te voeren tot het dragen van een mondmasker wanneer de regels van ‘social distancing’ niet kunnen worden gehandhaafd.  Ondanks deze verplichting en meerdere opmerkingen hieromtrent, weigerde een werknemer herhaaldelijk zijn mondmasker te dragen. 

De  werkgever besloot dat dit gedrag niet langer aanvaardbaar was. Daar de betrokken werknemer onlangs werd voorgedragen als kandidaat- personeelsafgevaardigde voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (“CPBW”) voor de Sociale Verkiezingen van 2020 startte de werkgever de ontslagprocedure op voor de arbeidsrechtbank.  De arbeidsrechtbank oordeelde dat bij de beoordeling rekening diende te worden gehouden met de voedselverwerkende activiteit van de onderneming. 

Bovendien oordeelde de arbeidsrechtbank dat de weigering om een masker te dragen onaanvaardbaar was omdat dit zowel zijn eigen veiligheid als dat van zijn collega’s in gevaar bracht. Het gegeven dat de werknemer bovendien kandidaat- werknemersafgevaardigde voor het CPBW was en de weigering herhaaldelijk plaatsvond, speelde niet in zijn voordeel. De arbeidsrechtbank kwalificeerde deze feiten als een dringende reden en gaf de werkgever toelating om over te gaan tot een ontslag om dringende reden.

Ondanks het belang van deze beslissing, kan dit vonnis niet zonder meer veralgemeend worden. Elk ontslag om dringende reden dient individueel beoordeeld te worden in het licht van de precieze omstandigheden . Het blijft dus aangeraden om elke weigering tot het dragen van een mondmasker te registreren en de werknemer hiervoor in gebreke te stellen. Bij een eenmalige weigering tot het dragen van een mondmasker bestaat het risico dat dit onvoldoende zal worden beschouwd om een ontslag om dringende reden te verantwoorden.

Sander Vrolix


(1) Arbrb. Antwerpen, afd. Hasselt, 8 juli 2020, AR. 20/521/A


Contact

Brussels: + 32 2 675 30 30
Nivelles +32 67 21 79 95
Ghent: +32 9 240 77 20
Mons: +32 65 22 10 00
Janson Logo
    © Copyright Janson 2021